Begrippenlijst


In dit overzicht wordt getracht veel van de begrippen in de notariële praktijk uit te leggen of te verklaren. Mochten er termen zijn waar u tegen aanloopt en deze komen niet in dit overzicht voor, laat het weten en ik leg het begrip aan u uit en neem het op in deze lijst.

Aanverwanten:

De bloedverwanten van uw echtgeno(o)t(e).

Afschrift:

Een door de notaris ondertekende en aan de betrokkenen verstrekte letterlijke weergave van de minuut.

Akte:

Geschrift dat als bewijs dient van de feiten, gebeurtenissen, handelingen en/of verklaringen die erin zijn vastgelegd. Dit geschrift dient te zijn ondertekend en gedagtekend.

Akte – authentiek:

Een akte die is opgemaakt door een bevoegd openbaar ambtenaar, zoals een ambtenaar van de Burgerlijke Stand (Geboorte Akte, Huwelijksakte) of een notaris.

Akte – onderhands:

Een akte die niet door een bevoegd openbaar ambtenaar, zoals een notaris, is opgemaakt, maar door de betrokkenen zelf.

Bewind:

In een testament kunt u vastleggen dat een erfgenaam niet zelf zal kunnen beschikken over zijn/haar erfdeel, maar dat dit voor een bepaalde periode door een andere persoon beheerd wordt, bijvoorbeeld omdat u de erfgenaam nog te jong vindt.

Bloedverwanten:

Alle mensen die door geboorte (een gemeenschappelijke stamvader en/of –moeder) aan elkaar verwant zijn.

Codicil:

Een door de erflater zelf geschreven document waarin bepaalde zaken worden geregeld voor het geval van overlijden. Voor meer informatie over een codicil klikt u hier.

Comparant:

De persoon die de akte bij de notaris ondertekent.

Centraal Levens Testamenten Register

Het centrale register waarin alle minuten worden geregistreerd waarin alle Levenstestamenten zijn opgenomen, zodat bij een overlijden gemakkelijk kan worden nagegaan of een erflater regelingen heeft getroffen en bij welke notaris deze in bewaring zijn.

Centraal Testamenten Register:

Het centrale register waarin alle minuten worden geregistreerd waarin beschikkingen voor het geval van overlijden zijn opgenomen, zodat bij een overlijden gemakkelijk kan worden nagegaan of een erflater regelingen heeft getroffen en bij welke notaris deze in bewaring zijn.

Curatele:

De ondertoezichtstelling door de rechter van een meerderjarige persoon die niet in staat is zijn/haar eigen belangen te behartigen.

Curandus:

Een onder curatele gestelde persoon.

Curator:

De persoon die door de rechter wordt aangesteld om de belangen van een onder curatele gestelde persoon te behartigen.

Erfgenaam:
De (rechts)persoon of één van de (rechts)personen die op basis van een testament of, bij ontbreken van een testament, op grond van de wet een erfenis krijgt.

Erflater:

Een overleden persoon.

Erfrecht:

Het deel van het burgerlijk recht dat de regels vastlegt met betrekking tot het overlijden van een persoon (erfopvolging of successie). Op 1 januari 2003 is het nieuwe erfrecht in werking getreden. De voornaamste wijziging is de betere bescherming van de laatstlevende echtgenoot en een beperking van de rechten van kinderen.

Erfrecht – versterferfrecht:

De erfgenamen in het geval de overleden persoon geen testament heeft gemaakt. Deze erfgenamen worden in vier groepen verdeeld. Als in de eerste groep (laatstlevende echtgenoot en afstammelingen) niemand meer in leven is, komt de tweede groep (ouders, (half)broers en (half)zusters of afstammelingen van broers en/of zusters) in aanmerking. Ontbreken ook die familieleden dan wordt de nalatenschap in twee gelijke delen verdeeld over de families aan vaders kant en die aan moeders kant. Eerst komen de grootouders aan bod (groep 3), daarna groep 4 (de rest van de familie tot en met de zesde graad).

Als ook in de vierde groep niemand meer in leven is, vervalt de nalatenschap aan de Staat der Nederlanden.

Niet-bloedverwanten (zijnde schoonzusters, zwagers, aangetrouwde kinderen en stiefkinderen) erven dus niet.

Erfrecht - testamentair erfrecht:

Bij testament afwijken van het versterferfrecht en de overige standaardregels.

Erfstelling:

De bepaling in een testament waarin de erfgenamen worden aangewezen.

Estate planning:

Fiscaal en juridisch advies omtrent de instandhouding van (familie)vermogen en de overgang daarvan tijdens leven en bij overlijden.

Executeur:

Degene die de nalatenschap afwikkelt.

Faillissement:

Wordt door de rechtbank op verzoek van schuldeisers uitgesproken wanneer iemand zijn of haar schulden niet meer kan voldoen, gevolgd door de benoeming van een curator.

Geregistreerd partnerschap:

Veel mensen denken dat samenwonende partners een geregistreerd partnerschap hebben, maar dit is niet zo. Voor de wet staat het partnerschap gelijk aan een huwelijk. De uit een geregistreerd partnerschap geboren kinderen moeten echter door de vader worden erkend, wat bij een huwelijk niet het geval is. Daarnaast kan een geregistreerd partnerschap ontbonden worden zonder tussenkomst van de rechter. Verder is al hetgeen op een huwelijk van toepassing is (algehele gemeenschap van goederen of huwelijksvoorwaarden bijvoorbeeld) ook van toepassing op een geregistreerd partnerschap (algehele gemeenschap van goederen of partnerschapsvoorwaarden).

Gunning:

Het, na een bieding bij een openbare verkoop/veiling, toewijzen van het te verkopen object (bijvoorbeeld een huis) aan de hoogste bieder.

Huwelijksvoorwaarden:

Een notariële akte waarin de echtgenoten samen overeenkomen op welke wijze zij van de algehele gemeenschap van goederen af zullen wijken.

Kadaster:

Het onderdeel van de Rijksdienst van het Kadaster en de Openbare Registers, waarin alle in Nederland gelegen onroerende zaken staan vermeld (Rijksdienst van het Kadaster en de Openbare Registers)

Legaat:

Een in een testament of codicil opgenomen bepaling waarin bepaalde bestanddelen van de nalatenschap of bepaalde rechten (zoals het vruchtgebruik) aan een bepaalde (rechts)persoon worden toegewezen zonder schulden. Dat wat gelegateerd wordt komt dus niet aan de erfgenamen toe.

Legataris:

De (rechts)persoon die een legaat verkrijgt.

Legitieme portie:

Het minimale deel van de nalatenschap waarop de (klein)kinderen van de erflater recht hebben. Als de erflater hen dit deel ontzegt, kunnen zij na het overlijden daartegen bezwaar maken.

Legitimaris:

De (klein)kinderen van de overleden persoon. Zij hebben op grond van de wet recht op de legitieme portie.

Levenstestament

Een calamiteitenvolmacht, het document waarin u de mensen aanwijst die uw belangen behartigen om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met uw wensen ook op het moment dat u uw wensen niet meer zelf kenbaar kunt maken.

Minuut:

De bij de notaris in bewaring zijnde originele authentieke akte.

Nalatenschap:

Het vermogen (bezittingen en schulden) die een overledene nalaat. Let op, bij gehuwden wordt slechts de helft van de gemeenschappelijke goederen tot de nalatenschap gerekend en komt aan de erfgenamen toe. De andere helft is eigendom van de laatslevende echtgenoot.

Onroerende goederen:

Goederen die niet verplaatst kunnen worden: grond, gebouwen en alles wat daaraan vast zit.

Ouderlijke boedelverdeling:

Een regeling die veel werd opgenomen in testament van voor 1 januari 2003, waarmee ongeveer hetzelfde effect werd bereikt als nu met de wettelijke verdeling.

Partnerregeling Successiewet:

Meer informatie over deze regeling voor de door samenwonende partners verschuldigde successierechten vindt u hier.

Recht van overgang:

Belasting verschuldigd bij vererving en schenking van bepaalde binnenlandse vermogensbestanddelen (bijvoorbeeld onroerende zaken) van iemand die zijn/haar laatste woonplaats in het buitenland had.

Rechtspersoon:

Een juridische constructie waardoor een organisatie zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen zoals natuurlijke personen (u en ik) dat kunnen. Een besloten vennootschap (B.V.), een naamloze vennootschap (N.V.) en een stichting zijn bijvoorbeeld rechtspersonen.

Registergoederen:

Goederen die niet van eigenaar kunnen wisselen zonder dat dit ingeschreven wordt bij bepaalde registers.

Roerende goederen:

Verplaatsbare goederen.

Samenlevingscontract:

In de meeste gevallen een notariële akte waarin samenwonende partners (of twee mensen die geen relatie hebben maar wel een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren) hun afspraken vastleggen en daardoor voor bepaalde wettelijke regelingen in aanmerking komen.

Schenking:

Het weggeven door de schenker van een vermogensbestanddeel (zoals een geldbedrag, een pand, een schilderij of een kwijtschelding van een schuld) aan de begiftigde zonder dat een tegenprestatie wordt verlangd uit persoonlijke en/of belastingtechnische overwegingen.

Schenkingsrecht:

Belasting verschuldigd over schenking verkregen van iemand die in Nederland woont.

Schuldeiser:

Iemand die een vordering heeft, bijvoorbeeld doordat hij/zij een geldbedrag uitgeleend heeft aan iemand anders.

Schuldenaar:

Iemand die een ander iets schuldig is, bijvoorbeeld doordat hij/zij een geldbedrag van iemand anders geleend heeft.

Statuten:

Een akte waarin de grondregels en de juridische structuur van een rechtspersoon zijn vastgelegd, zoals de naam, de doelstelling en het kapitaal.

Successierecht:

Belasting verschuldigd over de verkrijging uit een nalatenschap van iemand die in Nederland zijn laatste woonplaats had, heet tegenwoordig "erfbelasting".

Successiewet:

De wet waarin het schenkingsrecht, successierecht en recht van overgang zijn geregeld.

Surséance van betaling:

Een door de rechter te verlenen tijdelijke uitstel van betaling, bijvoorbeeld wanneer iemand niet direct al zijn/haar schulden kan voldoen, maar dit over enige tijd weer wel verwacht te kunnen. Hierop volgt ofwel een regeling met de schuldeisers of een staat van faillissement.

Testament:

Een notariële akte waarin u regelingen kunt treffen ten aanzien van uw nalatenschap.

Uiterste wil:

Een testament.

Volmacht:

Een verklaring dat u iemand anders de bevoegdheid geeft om namens u bepaalde handelingen uit te voeren. Meestal wordt deze verklaring schriftelijk afgegeven. Dit kan een volmacht zijn waarbij eenmalig een bepaalde akte namens u kan worden getekend, maar ook een algehele volmacht waarmee iemand al uw zaken kan behartigen op het moment dat u dit zelf tijdelijk of permanent niet meer kunt.

Voogdij:

De zorg voor een minderjarig kind wanneer zijn/haar ouders het ouderlijk gezag niet uitoefenen door overlijden, door ontheffing uit die ouderlijke macht of bij een ongehuwde moeder. Ook wanneer de ouders gescheiden zijn, kan een van beide ouders de voogdij uitoefenen. Indien middels een bewind niet anders is bepaald, behoort ook de zorg voor de gelden en goederen van die minderjarige tot de voogdij.

Vruchtgebruik:

Het recht om bepaalde goederen te gebruiken en daarvan de vruchten (zoals rente) te genieten, terwijl die goederen in ‘bloot’ eigendom aan iemand anders (de hoofdgerechtigde) toebehoren.

Verklaring van erfrecht:

Een door de notaris opgestelde verklaring waarin is opgenomen wie er is overleden, of hij/zij een testament had opgemaakt en wat daar in vermeld was, wie de erfgenamen zijn en wie van hen eventueel gerechtigd is om de nalatenschap af te wikkelen.

Wettelijke verdeling:

Sinds 1 januari 2003 geldt deze regeling voor gehuwden, die geen testamenten hebben opgestelden biedt een grote bescherming aan de laatstlevende van u beiden. De wettelijke verdeling heeft tot gevolg dat de laatstlevende volledig bevoegd is om over alle goederen van de nalatenschap te beschikken en dat de kinderen hun deel pas kunnen opeisen na het overlijden van de langstlevende.

Wilsrecht:

Het recht van een kind om de eigendom van goederen uit een nalatenschap in bepaalde gevallen op te eisen. Bij testament kunt u alle of bepaalde wilsrechten uitsluiten.